annemarie

5 januari 2016

Robot en weidegang? Het kan!

Robot melken en weidegang is een kwestie van goed plannen, een doordacht systeem hebben, consequent handelen en loslaten, vindt Bert Philipsen van Wageningen Livestock Research. ‘Weet wat je wilt, zoek naar rust en regelmaat en blijf bij je systeem. Dan kan robot en weidegang een succes worden’, stelt hij in het decembernummer van Melkvee Magazine.

Onderzoeker Bert Philipsen is een groot voorstander van koeien in de wei. Ik voelde hem aan de tand over het onderwerp robot melken en weidegang. Voor het oktober-nummer van Melkvee scheef ik namelijk een reportage met Noord-Hollandse robotboeren, die aangaven dat het traject robot en beweiden niet altijd zonder slag of stoot verloop. Problemen waar AMS-boeren tegenaan lopen, zijn een geschikt beweidingssysteem, de situering van de melkrobot in een bestaande stal, een goede koerouting en de begeleiding door adviserende partijen. Robotmelkers bekruipt soms het gevoel dat zij keer op keer het wiel opnieuw moeten uitvinden.

Maatschappelijke wens: koeien in de wei

Toch willen boeren die hun koeien weiden, dit ook graag na de installatie van een melkrobot blijven doen. Sommige melkfabrieken eisen dit van hun leden, anderen geven een plus in de vorm van een weidepremie. Daarnaast, en niet onbelangrijk, wil de burger een koe in de wei. Vooral boeren in West-Nederland, waar door de stedeling veel op het platteland wordt gerecreëerd, zijn daar gevoelig voor. In Nederland doet ruim 50 procent van de robotbedrijven – hoewel per regio verschillend – dan ook aan een vorm van weidegang.

Jarenlang leerproces

Robot melken en weidegang is een leerproces, waar een aantal jaren overheen gaat, weet Philipsen. ‘Wij adviseren melkveehouders om een robot in de winterperiode te installeren, zodat de koeien tijdens de wintermaanden aan het systeem kunnen wennen. In het voorjaar kunnen de dieren dan naar buiten. Het voordeel daarvan is, is dat de boer en de koeien het ritme van weidegang gelijk kunnen oppakken. Als je besluit de dieren de eerste zomerperiode op stal te houden, is het daarna een stuk moeilijker om weer de combinatie met beweiding te maken.’

Koeien in beweging houden

Lopen de koeien eenmaal buiten, dan is het belangrijk de dieren in beweging te houden, vindt de onderzoeker. Er treden doorgaans twee klassieke problemen op: of de koeien willen niet naar buiten om te vreten of de koeien willen niet naar binnen om gemolken te worden. Het eerste probleem zie je vaker in intensievere gebieden, het tweede probleem juist in weidegebieden. ‘Dan wordt ritme belangrijk, om de beweging erin te houden’, zegt Philipsen. ‘De koe is een gewoontedier. Ze komt in beweging voor weidegras en bijvoeding, maar ze wil ook graag bij haar kuddegenoten blijven. Bied haar structuur en regelmaat. Daar heb je als veehouder veel voordeel van.’

Vijf weideconcepten

Een team van weidegangexperts heeft namens Stichting Weidegang samen met 50 weidende AMS-veehouders de koppen bij elkaar gestoken en alle ervaringen omgezet in 5 weideconcepten. Ze beschrijven diverse bedrijfssystemen waarmee een melkveehouder met een melkrobot kan weiden. De concepten kunnen boeren houvast bieden in het maken van keuzes. Philipsen: ‘Ze laten zien aan welke knoppen je kunt draaien om de beweiding voor jouw bedrijf te optimaliseren.’

De verwachting is dat het percentage robotmelkers in de (nabije) toekomst naar 30 procent zal stijgen. Goede modellen voor robot en weidegang zijn dus gewenst. Want: een koe hoort in de wei. Innovatie en imago kunnen hierin prima samengaan.

Bron Foto: Lely

Het volledige interview met Bert Philipsen is te lezen in het vakblad Melkvee, dat zaterdag 19 december is verschenen.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Network-wide options by YD - Freelance Wordpress Developer