caren

7 maart 2013

Kwakverenigingen en doodrijders

Lezen is een kunst. Dat vertellen ze je niet op school. Daar begint lezen als een vak. Aap, noot, mies. Of roos, maan, vis. Dat kan ook. Je puzzelde en piekerde over wat toen inkt heette, en nu toner is. Je moest uit zien te vinden wat er stónd. Je had al heel wat apen en noten gezien, maar hoe ze aan die rare kriebeltjes vastgeknoopt zaten, dát was het raadsel dat je op moest zien te lossen.

Mijn eerste grote obstakel werd gevormd door het feit dat mijn moeder Mies heette, en onze kat Poekie. Dat zorgde voor enige verwarring.

Mies

Voor (te) veel mensen houdt lezen op waar het begon: ze blijven hun hele leven lezen wat er stáát. Dan blijft het eeuwig een schoolvak; een kunstje zonder enige verdieping. Maar als je geluk hebt, leer je ook lezen wat er níét staat. Dan verken je de ruimte tussen, rond en zelfs achter de toner, en hoor je de stem van de schrijver door de tekst heen. Of je het zo ver schopt, hangt niet af van die paar uurtjes literatuur die je op school krijgt. Het is, net als bij alle kunsten, een aangeboren talent dat je met veel oefening en geduld kunt ontplooien. De uurtjes literatuur kunnen daar een beetje bij helpen, maar anderen met plezier zien lezen, héél veel boeken op grijphoogte hebben en tomeloos verslaafd raken aan verhalen werken beter. Gelukkig zijn er elke generatie weer mensen die de kunst van het lezen verstaan, anders konden wij, schrijvers, onze toetsenborden wel aan de wilgen hangen met onszelf ernaast.

Maar er is nog een interessant aspect aan lezen, en dat is dat onze hersens eigenlijk maar wat doen. Ze vinden vaak dat ze genoeg informatie hebben, terwijl de helft nog ontbreekt. Je kent ze wel, tweets als: ‘Ls j dt zndr prblm knt lzn, rtwt.’ En we kunnen niet alleen prima leven en lezen zonder klinkers, maar wat dacht je hiervan: ‘Het sijhcnt neit zoevel uit te meakn in wleke vrolgode de letrtes van een worod satan. Als de eestre en de ltatsae letetr op de jsitue paatls saatn kun je de mesete wreoodn zednor peobmerln leezn. Dit kmot ddaorot je hrneesen geen aarpte ltretes leezn, maar hlee woredon.’

Nou, mjin hrneesen leezn zwoat nkis. Die fnataseern er vorlijk op los. Zo werd ik eens bijna van de weg geduwd door een jakkerend vrachtwagentje van de firma Doorrijders, waarna ik mij zeker vijf seconden enorm verbaasde over de toepasselijkheid van de naam Doodrijders, die ik luid en duidelijk op de achterkant van het wagentje zag staan. Meende te zien staan. Want mjin hrneesen, dmaes en hreen, die deon dus maar wat. En die van u ook. Dus zeg nooit: ‘Eerst zien, dan geloven,’ want wat wij zien is doorgaans niet waar. Ik zeg dit niet lichtvaardig. Je moest eens weten wat wij er dagelijks bij- en affantaseren. Maar dat is een mooi onderwerp voor een andere blog.

Terug naar lezen. Vandaag zocht ik op internet iets op over een bepaalde ‘alternatieve geneeswijze.’ De aanhalingstekens vertellen het oplettende lezertje al dat ik daar helemaal niets mee heb. Mijn hersenen hadden dus al bij voorbaat een mening over deze geneeswijze en de bijbehorende geneeswijzers, die er doorgaans alleen zelf wijzer van worden. Mijn zoektocht bracht me in razend tempo (ik hoefde er niet eens mijn best voor te doen) bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Kwakzalvers, ik wist het wel! Maar toen ik even later op de site van de kwakzalvers zelf terecht kwam, vielen ze me toch weer mee. Die lui hadden humor! Anders hadden ze toch nooit een eigen kwakvereniging opgericht, zeker?

Het duurde even voordat mijn hersenen de pixels in de juiste volgorde hadden teruggefrommeld. Nou ja: vakvereniging dan. Ik wist het wel: het zijn niet alleen charlatans, ze hebben óók nog eens geen gevoel voor humor.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *