caren

8 februari 2013

De dichtstbijzijnde drogerk

Ik heb woordguls. Let wel: ik heb het, ik lijd er niet aan. Mijn omgeving soms wel. Woordguls is namelijk iets wat je niet uit kunt zetten. En mensen die het niet hebben, snappen er niks van.
Denk je nu: wat is woordguls? Lees dan even het gelijknamige verhaaltje in de bundel Meer modernismen van Kees van Kooten. Iedereen die aan de ontbijttafel het pak cornflakes of de pot pindakaas leest, kent het. Iedereen die wel eens, gefascineerd door een met spannende teksten bedrukte vrachtwagen, bijna van de weg is geraakt, heeft het.

Het is een afwijking die vele vormen kent. Eén daarvan is het maken van woorden op basis van klankverwantschap. En zo heb ik de drogerk geschapen. Dat gebeurde toen ik als tiener elke schooldag met de bus van Schiedam naar Rotterdam ging, en terug. Op een hoek van de Broersvest zaten twee winkels vlak naast elkaar. Op de ene gevel prijkte in pronte letters: Van der Vlist, Drogist. De tekst op het pand ernaast bekte beduidend minder: Van der Vlerk, Juwelier.
Dat was wat er stond, maar niet wat ik dacht. Want in mijn hoofd zong het elke ochtend en elke namiddag: Van der Vlist, Drogist. Van der Vlerk, Drogerk.

Maar een mens blijft niet eeuwig op dezelfde plaats. Ik woonde inmiddels elders, en had al jaren niet meer aan de heren (ik weet bijna zeker dat het heren waren) Van der Vlist en Van der Vlerk gedacht. Tot ik op een dag toevallig in de tram over de Broersvest reed. Ik keek nietsvermoedend uit het raam, en mijn oog viel op Van der Vlist, Drogist. En meteen daarnaast: Van der Vlerk… mijn ogen lazen Juwelier, maar mijn hersens dreunden Drogerk! Op dat moment werd ik overvallen door een diepe moedeloosheid. De dodelijke saaiheid van mijn eigen gedachten! De stoffige grapjes waar niemand meer om lacht, áls er al ooit iemand om gelachen heeft. Het was verschrikkelijk. Ik kreunde. Hardop. Dat merkte ik pas toen een paar mensen zich verschrikt naar me omdraaiden.

Laatst kwam ik weer eens met de tram langs die straathoek. Ik zat een beetje droefgeestig uit het raam te staren en zag, op een hoek van de Broersvest, de een of andere vage winkel. Iets met telefonie of zo. Er zijn van die winkels waar ik niks van snap. Daarnaast zat ene Van der Vlerk. En ineens begreep ik dat de drogist niet meer was. Verhuisd, opgedoekt, overleden? Zijn eens zo stemmige plek ingenomen door een vage winkel met een lawaaipui.
Een gevoel van ontroering maakte zich van mij meester. Niet eens vanwege de verdwenen drogist, maar omdat ik nu de enige ter wereld was die wist wat voor winkel daarnaast stond: de enige, echte drogerk.

Wat een drogerk is? Het schijnt een soort juwelier te zijn. Ik denk dat je er juwelen kunt kopen die zo schitterend zijn als gestold drakenbloed en kristallen elfentranen. Ze weerkaatsen het licht van zwarte gaten. En ik ben de enige die dat weet.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *