caren

8 februari 2013

Voor wie doe je het eigenlijk?

Er bestaan schatten van artsen. Heus. Ze nemen hun patiënten serieus, luisteren goed, leggen de dingen helder uit. En geloof het of niet, daardoor maken ze hun patiënten béter beter dan hun collega’s die vooral zichzelf belangrijk vinden. Daar is interessant onderzoek naar gedaan door prof. dr. Jozien Bensing. Haar bevindingen: meer aandacht en betere communicatie zijn goed voor de patiënt. Dat is geen bijgeloof. Aandacht kan het bestaande placebo-effect versterken. En goede communicatie zorgt dat de patiënt beter begrijpt wat er aan de hand is, en hoe hij of zij kan meewerken aan de behandeling. Patiënten die een goede band hebben met hun arts, vertonen bijvoorbeeld een grotere medicijntrouw: ze nemen de juiste pillen netjes op de juiste tijd in. Tel uit je winst.

Aandacht en communicatie. Die zaken komen niet alleen tot uiting in gesprekken, maar ook in (bijvoorbeeld) de patiëntenfolders die ik dagelijks (her)schrijf. Ook daar is dus veel voordeel te behalen. De schatten van artsen begrijpen dat. Ze zijn niet (lang) boos als ik hun Latijn vertaal naar begrijpelijk Nederlands. Ze begrijpen dat de patiënt niet het héle ziektebeeld hoeft te doorgronden, maar wel de grote lijnen. En ze snappen dat de lezer de folder alleen leest als de benodigde informatie er beknopt en duidelijk in staat.

Maar dan de collega’s die vooral zichzelf belangrijk vinden. Zij lijden aan een vreselijke kwaal: de allesmoeterinose. En hoe meer Latijn, hoe beter. Hoe meer medisch jargon, hoe interessanter. Hoe onduidelijker, hoe mooier. Want als iedereen hun taal begrijpt, dan is dat slecht voor hun zorgvuldig gekoesterde imago. Ze hebben toch zeker niet jaren gestudeerd op iets wat elke leek zomaar kan snappen? Nou dan!
Daarbij zien ze iets essentieels over het hoofd. Namelijk dat ze ooit arts wilden worden omdat ze mensen wilden helpen. Althans: dat mag ik aannemen. Maar nu zijn ze die patiënt vergeten. Ze raken hun doelgroep kwijt, en daarmee hun doel.

Als tekstschrijver laat ik het daar niet bij zitten. Voor mij zijn de doelgroep en het doel, het overbrengen van de boodschap, heilig. Ik sta onvoorwaardelijk aan de kant van de lezers, van wie ik moet aannemen dat zij leek zijn op medisch gebied. Ik schrijf de folder om de patiënten nuttige informatie te geven over hun eigen gezondheid, hun eigen onderzoeken, hun eigen behandelingen. Ik moet ze vertellen wat er gebeurt, wat ze zullen voelen, wat ze zelf moeten doen of laten.
Ik ben er niet om hen te doordringen van het feit dat hun arts erg geleerd en competent is. Dat laatste zouden we zonder meer mogen aannemen, immers?



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *