caren

21 juli 2014

Grote teksten (1): de Donald Duck

Starend oog bij blog over literatuur

‘Wat staart uw oog?’

Er is iets aan de hand met de teksten van grote schrijvers. Ik weet niet wát. Ze leiden een eigen leven. Je hoort er nooit iets over in een workshop creatief schrijven. Het is – voor zover ik kan zien – zelfs niet iets wat je kunt analyseren. Maar een ontmoeting met dit je-ne-sais-quoi is een bron van groot geluk en (soms) van diepe droefenis. Tijd om dit raadsel van dichtbij te bekijken.

De verhalen in de Donald Duck zijn nogal voorspelbaar. Dat is een deel van hun charme. Midas zal nooit de drie biggetjes opeten, Broer Konijn zal telkens opnieuw de worteltjes van meneer Beer pikken, Dagobert zal altijd in zijn geld willen zwemmen (en ‘erin graven als een mol, erin duiken als een dolfijn en het in de lucht gooien zodat het op zijn kop klettert’). Toch zijn die verhalen bijna altijd onderhoudend en soms zitten er briljante grappen in. Héél soms bereiken ze de eenzame toppen van de Kunst. Het verhaal waar dit stukje over gaat, hoort daar beslist niet bij. Toch was het voor mij het begin van een zoektocht.

Het verhaal gaat zo: Donald besluit mee te doen aan een quiz. De hoofdprijs is een cruise voor twee personen op de Stille Zuidzee, en hij wil die koste wat kost in de wacht slepen. Hij ziet zichzelf al met zijn geliefde Katrien over de zonbeschenen wateren varen. Dus hij studeert. Hij studeert dag en nacht. Eerst gewoon, zonder bril. Daarna met een bril. Daarna met een bril met dikke glazen. Vervolgens met een bril met héél dikke glazen… totdat hij iets op zijn snavel heeft staan dat het begrip ‘jampot’ verre overstijgt. Hij ligt dan tussen/op enorme stapels wetenschappelijke werken, naslagwerken, encyclopedieën. Intussen gaat het met zijn hersenen ook niet zo geweldig. Hij raakt totaal overspannen, en weet ten slotte nog maar één ding: de tweede helft van het twintigste couplet van De oude zeeman. En dat is natuurlijk precies wat ze vragen.

Ik neem aan dat Guus Geluk er ten slotte met de prijs vandoor gaat of dat er een ander addertje onder het gras zit, maar dat heb ik niet onthouden.

Wat ik wél onthield, was de tweede heflt van het twintigste couplet van De oude zeeman: ‘Wat staart uw oog? Weet, met mijn boog schoot ik de albatros!’* Ik weet niet waarom, maar deze woorden wandelden mijn piepjonge brein in, en bleven daar zitten. Ze zitten er nu, bijna vijftig jaar later, nog.

Waarom onthoud je sommige dingen wel en andere niet? Geen idee. Ik besteedde verder geen aandacht aan dit brokje nutteloze kennis, dat eigenlijk niet eens kennis genoemd mocht worden. Een kolderiek zinnetje uit een grappig stripverhaal. Per ongeluk onthouden.

Totdat we in de zesde klas van de middelbare school The Ancient Mariner lazen. Het kwartje viel pas toen ik deze tekst tegenkwam: ‘Why look’st thou so? – With my cross-bow I shot the ALBATROSS.’ Ik telde het direct na: het was de tweede helft van het twintigste couplet.

Op dat moment kwam ik op het spoor van twee dingen. Ten eerste: in de Donald Duck staat meer dan je denkt. De schrijvers en tekenaars zijn zó gul met hun grappen en verwijzingen, dat het helemaal niet erg is als je 95% mist. Er blijft genoeg over voor elke lezer, van elke leeftijdsgroep. Je hoeft me niet te geloven. Lees zelf maar. Ten tweede (en daar gaat het hier om): ‘grote’ kunst kan je soms zomaar vanuit een duister hoekje bespringen. Het grijpt je beet en nestelt zich in je gedachten. Zelfs als het om een grappige en uit zijn verband gerukte vertaling gaat.

Heb ik dat verzonnen? Nee. In de loop van mijn leven heb ik het telkens weer ervaren. Keer op keer kwam ik een gedrukt of gesproken stukje tekst tegen, dat een millimeter boven het papier leek te zweven, of dat met nadruk op mijn trommelvliezen bonkte. Op dat moment wist ik nog niet dat het om de tekst van een groot schrijver ging; daar kwam ik pas later achter. Dan was ik totaal verrast. Ik bekeek de tekst van alle kanten, en kon er meestal niet veel bijzonders aan ontdekken. Maar toch. Maar toch… de woorden waren opgesprongen en hadden zich aan me vastgeklampt. Je zou bijna gaan geloven in tekstuele aura’s of morfogenetische velden. Mijn gezonde verstand verbiedt me dat. Blijf ik zitten met een raadsel dat me mateloos intrigeert. Hebben meer mensen dit?

In mijn volgende twee blogs zal ik vertellen over andere keren dat een Grote Tekst me vanuit een donker steegje overviel. Misschien kunnen jullie me vertellen quoi het is. Ik weet het niet.

 

* Jaren later is dit verhaal herdrukt in een nieuwe – minder briljante – vertaling.



1 reactie :


  1. Mirjam
    22 juli 2014, 15:09

    Heeft het te maken met het oproepen van beelden? Het aanspreken van de zintuigen?
    Of is het meer een de vorm van de tekst (bijzondere woorden, ritme, klank)?
    Misschien wel een combinatie. Ik ben heel benieuwd naar je volgende twee blogs hierover!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *